Na de opkomende en de uitdijende verzorgingsstaat kwam de terugtredende verzorgingsstaat gevolgd door de activerende verzorgingsstaat. Afgezien van het woord, bestaat er weinig bezwaar tegen de verzorgingsstaat als maatschappelijk model, wel tegen het alsmaar uitdijende karakter. Een terugtredende overheid lost echter de problemen van armoede, werkloosheid en sociaal isolement niet op. In tegendeel, daarvoor is een sterke overheid nodig die burgers activeert. De nota Integratie, binding, burgerschap (2011) is daar duidelijk in: burgers moeten meer initiatief tonen en verantwoordelijkheid nemen; creativiteit, betrokkenheid en oplossend vermogen moet worden aangeboord. De opdracht van de verzorgingsstaat is hiermee verschoven van herverdeling van inkomens naar het veranderen van individuele gedragingen, motivaties en attitudes. Op deze veranderingen zijn activeringprojecten van veel programma’s van welzijninstellingen gericht. De centrale vraag is: slagen ze daar ook in?
Anke Tjoelker, Joyce Wijngaarden, Manou Zonderland, Miriam van Loon; ingeleid door Judith Elshout, Thomas Kampen en Ineke Teijmant.
Ca. 160 pagina's
|